Interview - Klimmen voor het Klimaat

Klimmen voor het klimaat

Door Valentijn Prové

Wat is beter dan een activist? Twee activisten! Koelstof sloeg twee vliegen in één klap en ging praten met Wieke en Mathieu, die als koppel al heel wat klimacties voor Greenpeace op hun palmares hebben staan. Mathieu werkt voor Greenpeace als campagneleider en Wieke werkt als commercieel marktonderzoekster, niet voor Greenpeace weliswaar.

Hoe zijn jullie activist geworden?

Wieke: “Ik heb van nature een sterk ethisch kompas. Als kind had ik dat al. Ik at bijvoorbeeld al vegetarisch toen ik 15 was. De stap naar het activisme is er dan tijdens mijn studies gekomen omdat ik besefte dat ik in m’n eentje het verschil niet zou kunnen maken. Ik ben nog in een tijd opgegroeid waar de verantwoordelijkheid quasi volledig bij de consument gelegd werd. Pas later merk je dat het iets collectiefs is. De consumenten gaan het niet redden en de overheid en bedrijven moeten mee.”

Mathieu: “Ik heb meer een periode van omslag gehad. Na een klassieke universitaire opleiding in rechten en management heb ik een tijdje gezocht naar ‘normale’ jobs, maar ik heb al snel mensen leren kennen die actief waren in de klimaatbeweging. Zo raakte ik zelf als vrijwilliger betrokken bij officiële vormen van klimaatbeleid, zoals in de Vlaamse Jeugdraad of de Europese Commissie. Op een gegeven moment stak ik er zo veel tijd in dat het moeilijk was om een andere job te doen en daar de ogen te moeten sluiten. Vanuit vrijwilligerswerk merk je meteen dat er nog heel veel werk aan de winkel is. Dan heb ik besloten om er mijn job van te maken.”

Ben je dan de facto activist als je bij Greenpeace werkt?

Mathieu: “Dat gaat inderdaad vaak samen. Als organisatie heeft Greenpeace een heel apart DNA dat een bepaald type persoon vergt. En dat komt doordat we zo’n beetje alles doen. We beginnen bij het onderzoeken van een bepaalde situatie, dan gaan we over naar lobbywerk en onderhandelingen en daarna is het in veel gevallen nodig om druk te zetten. En aangezien onze posities vaak vooruitlopen op wat er onder de mensen leeft, trek je automatisch je activistische schoenen aan. Als werknemer moet je uiteraard een lijn trekken tussen het werk en het activisme - ik neem zelfs verlof als ik een actie doe – maar we blijven solidair met de oprichters van Greenpeace vanaf 1971, die allemaal vrijwillig activist waren.”

Hoe praat je over je activisme met collega’s, vrienden of familie?

Wieke: “Goh iedereen steunt het wel. Ik deel altijd de foto’s van mijn acties met mijn familie, en daar wordt het volledig geaccepteerd. In mijn vorige job deed ik commercieel marktonderzoek, dus daar moet je vrij selectief zijn met wat je aan wie zegt (lacht). Ik ben op zich niet bang om de discussie aan te gaan, maar ik heb natuurlijk een werkrelatie met mijn collega’s. Als het is om een confrontatie op te zoeken, dan ga ik daar liever niet op in. Gewoon tonen dat je je leven op een andere manier kan inrichten, inspireert soms meer dan telkens dezelfde oeverloze discussie. Je leert snel aanvoelen of een discussie zin heeft of niet.”

Is er een beeld of actie waar jullie trots op zijn?

Wieke: “We hebben veel mooie banners gemaakt, maar wat mij het meest geraakt heeft, zijn de 100.000 mensen op de klimaatmars in Brussel. We hingen alle twee aan een lantaarnpaal en hielden een spandoek over de weg[VP1] . De mensen bleven er maar onderdoor lopen en ze waren zo positief en interactief. Dan krijg je het idee dat je echt iets kan veranderen. Anders zouden er niet zoveel mensen zijn.”

Grote spandoeken en klimmers in de lucht: is dat de handtekening van Greenpeace?

Mathieu: “Openheid is eigenlijk het belangrijkste voor ons. We komen altijd uit voor wie we zijn en wat we eisen. Ons logo is zichtbaar op de banner en we dragen geen maskers, tenzij omwille van Covid of veiligheid natuurlijk. De slogans die we omhoog hangen zullen altijd heel goed gemotiveerd zijn. We eisen altijd transparantie, dus dat moeten we zelf ook doen.”

Wat is jullie hoop voor de toekomst?

Mathieu: “Ik denk dat we vandaag in een belangrijke tussenfase zijn. Er is op 50 jaar milieu- en klimaatactivisme al veel bewustwording gecreëerd en er beginnen dingen te verschuiven. Aan de andere kant moet de reductie van uitstoot nog bijna volledig gebeuren. De volgende twintig jaren worden dus echt moeilijk. En hoe dichter we bij dat doel zullen komen, hoe moeilijker alles zal lijken. Het is bemoedigend als er 100.000 mensen op straat komen, maar het wordt altijd moeilijker om de records te verbeteren. Om vooruit te blijven gaan moeten we dus niet enkel in de breedte maar vooral in de diepte werken. Wij hebben onze laatste spandoek alvast nog niet gehangen!”

Wieke: “Focussen op de volgende stap is belangrijk, maar de politiek denkt vaak alleen aan de volgende kleine stap. We moeten op de lange weg en grotere systeemverandering blijven focussen en we moeten ook duidelijk maken dat we dat van de politiek verwachten. Steeds meer mensen zien dit gelukkig in. We doen het heel graag maar ergens zouden we ook willen dat het helemaal niet meer nodig is.”