doorgelicht

De Vlaamse Verkiezingsprogramma's

Doorgelicht: Vlaamse Verkiezingsprogramma's

Door Justine Soete

Heeft CD&V al een nieuw doel voor bomen of denken ze nog steeds dat die enkel dienen om te kappen? Wil PVDA alle klimaatwetenschappers in de Goelag? Lost een nog onbestaande technologie voor N-VA alle klimaatproblemen op? Hoe ziet de sprookjeswereld van Groen eruit, waar klimaatbeleid niets kost? Is het voor Vlaams Belang allemaal de schuld van de transmigranten of toch van de EU? Wil Open Vld luchtvervuiling privatiseren? Hoopt Vooruit klimaatverandering terug aan de onderhandelingstafel te krijgen door te staken?

Politieke partijen schrijven naar aanloop van verkiezingen steeds ellenlange verkiezingsprogramma’s die maar weinig mensen lezen. In deze reeks zoom ik in op verschillende milieuthema’s in de verkiezingsprogramma’s van de Vlaamse politieke partijen van het verkiezingsjaar 2019. Van mobiliteit en hernieuwbare energie tot waterproblematiek en afvalbeleid. Wat blijft er na twee jaar regeringsonderhandelingen, beleid en oppositie voeren over van deze beloftes?

20 augustus 2018. Greta Thunberg spijbelt voor de eerste keer om post te vatten voor het Zweedse parlementsgebouw. Ze vraagt er aandacht voor de klimaatopwarming en doet dat naar aanleiding van de Zweedse parlementsverkiezingen in september 2018 met een kartonnen bordje in de hand. In januari 2019 volgen Anuna De Wever en Kyra Gantois in België haar voorbeeld. In een paar weken tijd verzamelen tienduizenden jongeren zich om elke donderdag te spijbelen voor het klimaat en zo, met het vooruitzicht op de verkiezingen in mei 2019 klimaat op de politieke en maatschappelijke agenda te zetten.

Verkiezingsprogramma’s worden niet op een nacht geschreven en enkele gebeurtenissen bepalen geen volledig programma. Maar de klimaatspijbelaars, of bosbrossers, geven wel aan dat (een deel van) de publieke opinie op het moment van het schrijven en finaliseren van de verkiezingsprogramma’s enig belang aan milieu en klimaat hechtte.

Deze reeks bestaat uit zes thema’s - energie, lucht, mobiliteit, circulaire economie, water en landbouw. Een zevende thema loopt hier doorheen: verantwoordelijkheid. Bij wie wordt de verantwoordelijkheid gelegd voor het oplossen van deze klimaatcrisis? Burgers? Bedrijven, de overheid of de Europese Unie? Op het einde van de reeks proberen we een rangschikking te maken van meest naar minst ecologisch. Komt het beeld dat we zelf van partijen hebben overeen met hun programma en verwezenlijkingen? In dit eerste artikel van de reeks fietsen we doorheen de programma’s om een overzicht te krijgen van het milieudiscours.

PVDA, eerst sociale rechtvaardigheid dan klimaatbeleid

Klimaat en milieu staan niet bovenaan de prioriteitenlijst bij PVDA maar zijn wel belangrijke thema’s. Zo komt er in de ideale wereld van PVDA een publiek energiebedrijf voor groene stroom en gaat er veel aandacht naar openbaar vervoer, uiteraard volledig in handen van de overheid. Naast de overheid, stelt PVDA vooral bedrijven verantwoordelijk voor probleem en oplossing. Zo zien ze veel potentieel voor energiebesparing bij bedrijven, onder andere door warmtenetten. Naast mobiliteit en energie, hebben ze vooral aandacht voor waterkwaliteit, overstromingen en droogte. Hierdoor duwen ze thema’s als circulaire economie, plasticproblematiek en herbebossing naar de marges van hun programma.

PVDA gaat voor ambitieuze doelstellingen en een klimaat-kaderwet maar hun plannen zijn steeds voorwaardelijk. De sociale klimaatrevolutie moet naast een oplossing voor het klimaatprobleem ook leiden tot een “gezondere en meer sociale samenleving”, klinkt het.

Vooruit (sp.a in 2019) geeft gebouwen een paspoort

Bovenop openbaar vervoer, energie-efficiëntie en groene energie - de gebruikelijke aandachtspunten - legt Vooruit een bijzondere nadruk op het plasticprobleem en circulaire economie. Daarbij beperkt ze zich niet tot praatjes over sorteren en recycleren - al ontsnappen we daar niet helemaal aan. ‘Van eigendom naar diensten’ zal volgens Vooruit leiden tot nieuwe verdienmodellen binnen een herstel- en deeleconomie, met ideeën als productdatabanken en gebouwenpaspoorten. Ook voor herbebossing, biodiversiteit en de betonstop wordt ruimte gemaakt in hun programma, wat ten koste gaat van aandacht voor waterbeleid.

Vooruit legt net als PVDA de schuld van milieu- en klimaatproblemen bij bedrijven, maar kijkt voor een oplossing ook een beetje naar de burger en niet uitsluitend naar een allesomvattende overheid.

Open Vld, waar technologie de wereld redt

Open Vld spendeert vooral aandacht aan hernieuwbare energie, maar geeft in haar programma ook de nodige ruimte aan waterkwaliteit, droogte en openbaar vervoer. Een opvallende rode draad doorheen het hele verkiezingsprogramma is het vertrouwen in technologie en innovatie als oplossing voor elk probleem.

Een aantal onderwerpen, zoals de plasticproblematiek, salariswagens en de veestapel vallen volledig uit de boot bij Open Vld. Open Vld profileert zich ook weinig op ecologisch-economisch vlak. Circulaire economie, als opportuniteit voor nieuwe businessmodellen en ondernemerschap is opvallend weinig aanwezig.

In de groene wereld van Groen

Groen slaagt er het best in om al onze vooraf vastgelegde thema’s en begrippen aan te raken. Wil dit zeggen dat Groen het groenste programma heeft? Niet noodzakelijk. Een probleem aanhalen betekent nog niet dat je er een zinvolle oplossing voor formuleert. En ook Groen moet noodgedwongen een prioritisering in milieuvraagstukken vastleggen. Zo is punt 1 van hun programma niet klimaatverandering, maar “iedereen heeft recht op een gezonde leefomgeving”. Misschien omdat we toch nog gemakkelijker te overtuigen zijn met een stukje bos op wandelafstand en het ei van een scharrelende kip dan met de verre dreiging van meer dan 1,5 °C?

De aandacht van Groen voor het milieu verslapt wel bij zwerfvuil en statiegeld. Deze onderwerpen zijn niet geheel afwezig maar in vergelijking met andere partijen toch eerder beperkt. Of krijgt zwerfvuil in andere programma’s gewoon te veel aandacht?

CD&V ofte Groen 2.0

CD&V zit Groen op de hielen wat betreft de waaier aan milieuthema’s die ze behandelen in hun programma. Groene energie, renovatie en energie-efficiëntie zijn duidelijke speerpunten in hun milieubeleid. “De goedkoopste energie is deze die nooit verbruikt is geweest”, klinkt het bij de CD&V. Opmerkelijk is de steeds terugkerende koppeling met gezondheid, die duidelijk als verkoopsargument naar de burger wordt gebruikt.

Landbouwbeleid en de veestapel zijn wel aanwezig in het CD&V programma, maar niet op de manier die een groene jongen of meisje zou hopen. Pleiten voor het afbouwen van de veestapel zou voor de achterban van de CD&V waarschijnlijk niet verteerbaar zijn en hun pleidooi voor “circulaire landbouw” lijkt dan ook eerder een groen laagje dan wel een inhoudelijke kentering.

N-VA, redder van de biodiversiteit?

N-VA staat gekend veel belang te hechten aan technologische innovatie als oplossing voor het klimaatprobleem. En inderdaad, naast groene energie, openbaar vervoer en luchtkwaliteit, wordt in hun programma ook vaak de spotlight gezet op technologie en innovatie. Ook aan waterproblematiek en circulaire economie spendeert N-VA ruime aandacht. Zelfs gevoelige thema’s als de betonstop en salariswagens krijgen een plaats in het verkiezingsprogramma.

Minder bekend is het standpunt van N-VA over biodiversiteit. Hoewel ze het thema meer aanhalen dan andere partijen, vinden we maar weinig concrete maatregelen die onze uitstervende fauna en flora van de ondergang moeten redden. Ook over thema’s als statiegeld en duurzame landbouw en visserij blijven we op onze honger zitten.

Vlaams Belang, que sera, sera.

Milieu- en klimaatthema’s worden in het verkiezingsprogramma van Vlaams Belang veel minder aangehaald dan bij de andere partijen. Al valt er wel iets te zeggen voor een verkiezingsprogramma dat niet probeert voor alles een oplossing te zoeken maar zich focust op bepaalde delen van een probleem. Zo slaagt Vlaams Belang erin te verrassen op vlak van openbaar vervoer. Dit thema krijgt veruit de meeste aandacht met voorstellen als een nachtelijk openbaar vervoersaanbod. De partij is ook te vinden voor een vorm van statiegeld en een betonstop.

Ondanks deze positieve noten vinden we bij Vlaams Belang geen bruisend en ambitieus klimaatbeleid. Hoe serieus zet een partij in op openbaar vervoer als ze terwijl pleit voor “positieve stimulansen voor het autoverkeer”? En hoe los je als partij milieuproblemen op als je het merendeel van de problemen minimaliseert, negeert of ontkent?