Poëziehoekje - Het meezennestje & Gierzwaluwen

Sien De Ridder

Een echte poëzieliefhebber kent zijn klassiekers, en welke dichter belichaamt meer de Vlaamse poëtische canon dan Guido Gezelle? Al was uw literatuuronderwijs op de middelbare school huilen met de pet op, de kans is groot dat u toch al minstens gehoord hebt van Gezelle. (Zo heb ik bijvoorbeeld geleerd dat hij blijkbaar een buitensporig groot hoofd had, hoe meer men weet!) Gezelle is moeilijk een milieuactivist te noemen, maar hij weet in zijn gedichten wel precies de drijfveer voor veel milieuactivisten te vatten, namelijk de verwondering om de schoonheid van de natuur, van waterdruppels tot bloemen, van kersen tot schaatsenrijders. Voor Gezelle gaat die schoonheid uiteraard samen met het goddelijke, hij was namelijk priester. Laat deze religieuze dimensie van Gezelles poëzie je echter niet afschrikken. Hoewel de godsdienstlessen misschien anders deden vermoeden, is katholicisme niet synoniem aan saaiheid. Het is een cliché om te zeggen dat Gezelles poëzie zijn tijd ver vooruit was, maar wie zijn gedichten leest, begrijpt wat ermee bedoeld wordt. Zijn gedichten zijn experimenteel voor zijn tijd, dat merk je hieronder bijvoorbeeld aan het gebruik van onomatopeën (klanknabootsingen), en ze waren onder andere baanbrekend door Gezelles alledaags taalgebruik (de taal in kwestie is helaas wel het West-Vlaams). Gezelles poëzie is lichtvoetig, wat erg goed tot uiting komt in de twee gedichten gekozen voor dit poëziehoekje, die niet toevallige beide vogels tot onderwerp hebben. Het eerste gedicht, Het meezennestje, is een kindergedicht, dat later ook succesvol op muziek is gezet. Dat mezennestjes nog steeds kunnen fascineren bleek uit de razendpopulaire livestream van een Brits nest pimpelmezen (ondertussen al 41 miljoen keer bekeken, https://www.standaard.be/cnt/dmf20210728_94792295). Ook Gezelle was duidelijk niet ongevoelig voor hun charme, zoals blijkt uit zijn vrolijke gedichtje. Het tweede gedicht gaat over gierzwaluwen, die in scène worden gezet via hun typisch geluid. Wat klinkt er meer als vakantie dan het geschreeuw van hoog cirkelende zwaluwen?

Gratis en voor niks geven we er nog een cultuurtip bij: in het kader van de Brugse triënnale staat er nog tot 24 oktober een kunstwerk in de tuin van Gezelles geboortehuis. Het kunstwerk van Héctor Zamora bestaat uit een grote rode stelling die een Oostenrijkse den omhult. Je kan de stelling gratis beklimmen tot helemaal in de kruin. Het doel van het kunstwerk is om de bezoeker op een andere manier naar de boom (en bomen in het algemeen) te doen kijken. In die zin verschilt het niet heel erg van Gezelles poëzie.

GIERZWALUWEN

Cypselus Apus

"Zie, zie, zie,

zie! zie! zie!

zie!! zie!! zie!!

zie!!!"

tieren de,

zwaluwen,

twee- driemaal

drie,

zwierende en

gierende:

"Niemand, die...

die

bieden den

stiet ons zal!

Wie, wie? wie??

wie???"

Piepende en

kriepende,

zwak en ge-

zwind;

haaiende en

draaiende,

rap als de

wind;

wiegende en

vliegende,

vlug op de

vlerk,

spoeien en

roeien ze

ringsom de

kerk.

Lege nu

zweven ze, en

geven ze

bucht;

hoge nu

hemelt hun'

vlerke, in de

lucht:

amper nog

hore ik... en,

die 'k niet en

zie,

lijvelijk

zingen ze:

"Wie??? wie?? wie?

wie..."


HET MEEZENNESTJE

Een meezennestje is uitgebroken,

dat, in den wulgentronk

gedoken,

met vijftien eikes blonk;

ze zitten in den boom te spelen,

tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in, tak-om,

met velen

en ‘k lach mij, ‘k lach mij, ‘k lach mij bijkans krom.

Het meezenmoêrtje komt getrouwig,

komt op den lauwen noen,

al blauwig

en geluwachtig groen;

het brengt hun dit en dat, om te azen,

tak-om, tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in,

ze razen,

en kruipen, vlug, het meezennestjen in.

Het meezenvaârtje zit - de looveren

verduiken ‘t voor ‘t gestraal -

te tooveren,

al in de meezentaal;

daar vliegen ze, al med' een, te zamen,

tak-om, tak-op, tak-af, tak-in, tak-uit,

en, amen,

het meezennestje is weêrom ijele en uit